Schrijver
Denker
Dromer
Twijfelaar


Bijna domweg gelukkig in de polder

Verschenen op: 19 juli 2020

Het is een zondag in juli. Een typische Hollandse zomerzondag. Niet te warm, wolken, beetje wind. Een ideale dag om op de fiets te stappen. Vandaag geen aanmeldingen voor een fietstocht, dus ik kan mijn eigen route bepalen.

Ik ga de Krimpenerwaard in. Meestal rijd ik van Gouderak de polder in om dan via Berkenwoude, Vlist en Haastrecht weer thuis te komen. Maar vandaag doe ik m andersom. Ben nou eenmaal een malle jongen. 
Dus bij Hekendorp de IJssel over, naar Vlist. Onderweg word ik gebeld door mijn zus, de cabrio is verkocht aan twee vrienden die er lekker mee gaan toeren en op vakantie gaan. Komen nog uit Gouda ook. Ik ben blij dat ie verkocht is, maar het is ook wel lastig. Was toch de auto van mijn vader. Ik troost me met de gedachte dat hij dit ook wel leuk had gevonden. Paar van die jonge gasten die de blits met 'zijn' cabrio gaan maken. 

Bij Vlist rijd ik de Krimpenerwaard in. Elke keer als ik er fiets, doet de polder iets met me. Mijn altijd sluimerende twijfel dat als kleverig spinrag in mijn hoofd gevangen zit, wordt weer voor even weggeblazen. Ik weet niet zo goed wat geluk is, maar als ik op de fiets zit en de Krimpenerwaard zie, hoor, ruik en op mijn huid voel, dan komt dat er verdomd dichtbij. 

Ongemerkt fiets ik wat verder door en voor ik er erg in heb ben ik bij het Loetbos. Van daar gaat de tocht richting Berkenwoude. Er vliegen drie ooievaars (of is het nou ooievaren?) hoog boven mijn hoofd. Ik hoop dat ze in de buurt willen landen maar daar lijken ze nog geen zin in te hebben. Ook de aalscholver niet die nog net mijn kruin niet raakt. Gouda, komt weer in zicht. Ik zie je molens, je kerken, je industrie. Thuis.

Ik rijd de polder uit die zijn geheim voor mij bewaart.
Bijna domweg gelukkig in de Krimpenerwaard. 

 

Domweg gelukkig
in de Dapperstraat

J.C. Bloem

Mis niks!

Krijg voortaan automatisch de nieuwste verhalen en columns in je mailbox. Makkelijk toch?