Schrijver
Denker
Dromer
Twijfelaar


Zijn cabrio

Verschenen op: 20 mei 2020

Nadat mijn moeder overleden was, al weer drie jaar geleden, was het één van de eerste dingen dingen die hij in die zomer kocht: een cabriolet. Iets dat hij al heel lang wilde maar mijn moeder moest daar niets van hebben. Maar ja, zoals in bijna alle relaties, als de vrouw iets niet wil, dan gaat het feest niet door. 

Ik zie hem die zomer nog rijden. Dak open, zonnebril, petje op. Meneer gaat even stukje rijden in het Gooi. Hij genoot er zichtbaar van, ook al omdat hij toch wel wat bekijks trok. Mooi toch dat je gewoon kunt doen waar je zelf zin in hebt. Hij heeft gelukkig niet geluisterd naar de azijnpissers die vonden dan een 'man van zijn leeftijd' toch niet meer in zo'n sportautootje kon gaan rijden. Ik ben blij dat hij nog een paar jaar daar van heeft mogen genieten.

In februari van dit jaar verhuisde hij naar het hospice. Ik had hem graag in zijn cabrio willen brengen maar hij was daar al te zwak voor, het weer te koud. Ik kreeg wel de sleutels zodat ik makkelijk en net wat sneller dan met OV naar hem toe kon gaan.

Zijn kamer was aan de straatkant en in de eerste week wist ie precies wanneer ik er aan kwam. Hij herkende het geluid van zijn sportauto uit duizenden. Elke keer dat ik zijn kamer binnen kwam, was het eerste wat ie zei: "En, hij rijdt lekker hè?" Dat kon ik alleen maar volmondig beamen. In zijn laatste week sliep hij meestal als ik kwam. De auto hoorde hij niet meer.

De laatste twee maanden reed ik er dikwijls mee naar Huizen. En als het weer goed was, lekker met open dak en vooral via binnendoorweggetjes. Ook af en toe gewoon voor de lol. Ik weet het, het is niet goed te praten, maar soms gaat plezier ook bij mij boven principes. Ben ook maar een mens.
Het is een genot om met mooi weer in zo'n wagen rond te rijden. Je zit onderhand op de grond, plek voor net twee personen en de kofferbak is met twee, drie tassen wel vol. Dus totaal niet praktisch maar een heerlijke ervaring. En dat is het enige dat telt. 

Van de week reed hij toch nog één keer mee. Nadat de sleutels van zijn huis waren ingeleverd, de deur definitief dichtgedaan, moest er nog iets worden afgehandeld, het ophalen van zijn urn bij het crematorium. Ik heb 'm op de passagiersstoel gezet en we hebben samen nog een ritje gemaakt. Dak open, zon in mijn gezicht. En hoe kon het ook anders, op de radio kwam Baker Street van Gerry Rafferty voorbij. Eén van de nummers die hij had uitgezocht voor zijn afterparty. 

We gaan de auto nu verkopen. Met een beetje pijn in mijn hart. Maar ik kan 'm niet kwijt en heb geen ruimte om hem in de winter te stallen. Dus het is gewoon verstandig. Maar tot Pinksteren ga ik er nog even van genieten.

 

 

 

Ik zal nooit een oude man zijn. Voor mij is ouderdom altijd 15 jaar verder dan ik.

Francis Bacon

Mis niks!

Krijg voortaan automatisch de nieuwste verhalen en columns in je mailbox. Makkelijk toch?